Sacha doneerde haar eicellen aan Jolanda: ‘Ik gooide een legosteentje zodat zij kon bouwen’
- isabelribbink
- 26 jun 2023
- 5 minuten om te lezen
Toen Sacha hoorde dat haar collega Jolanda alleen via eiceldonatie haar kinderwens kon vervullen, wist Sacha gelijk dat ze haar wilde helpen. Met haar nuchtere mindset vloog Sacha door het donatietraject. Helaas zonder veel succes.

“Ik weet als geen ander hoeveel geluk een gezin iemand kan brengen; ik ben op dit moment moeder van vier kinderen. Eigenlijk gun ik iedereen op de wereld het geluk om een gezin te kunnen stichten. Al helemaal als een kindje enorm gewenst is, maar daar heel veel moeilijkheden bij komen kijken. Ik hoefde daarom ook niet lang na te denken om mijzelf als donor aan te bieden bij Jolanda en Arjen.”
Hey, collega
“Jolanda en ik waren collega’s toen zij te horen kreeg dat ze in de vervroegde overgang zat. Ik werkte veel op een andere locatie, dus we spraken elkaar af en toe. Als we elkaar zagen, was dat als collega’s. Jolanda is een open boek, dus de hele werkvloer is altijd op de hoogte geweest van haar traject. Nadat ze het nieuws had gedeeld over haar vervroegde overgang, heb ik mezelf vrij snel aangemeld als eiceldonor. Ik was al op de hoogte van wat een eiceldonatie traject precies inhield. Verder hoefde ik er niet lang over na te denken: ik wilde haar helpen.”
“Ik hoefde niet lang na te denken over mijn aanbod: ik wilde Jolanda helpen.”
Afspraken
“Zo gezegd, zo gedaan. Driekwart jaar nadat ik mezelf had aangemeld, kreeg ik van Jolanda een belletje dat zij en Arjen klaar waren om met mij een nieuw traject aan te gaan. We legden onze afspraken vast in een contract. Daar kwamen we erachter dat onze meningen erg op dezelfde lijn lagen. Zo waren we er bijvoorbeeld heel stellig in dat als hen iets zou overkomen, het baby’tje niet ineens van mij zou worden. Het belangrijkste voor mij was dat ik hen kon helpen. Het kind groeit uiteindelijk in Jolanda haar buik, met behulp van het DNA van haar eigen man. Ik zou dat kindje zelf nooit kunnen maken. Ik gooide slechts een legosteentje, zodat zij konden gaan bouwen. Dit wilde ik gewoon doen.”
1, 2, 3… toch maar niet
“Voordat ik kon beginnen met het IVF-traject, moest ik nog twee weken mijn anticonceptie doorslikken. Op die manier lag ik precies op schema met Jolanda. Daarna kon het echte werk beginnen. Elke dag moest ik twee of drie injecties zetten. Daar had ik toch iets meer moeite mee dan verwacht. De eerste prik was ‘1, 2, 3… of toch niet.’ Ik had een kwartier nodig om mezelf over die drempel heen te zetten, maar toen die uiteindelijk in mijn buik zat, vond ik het best meevallen. Toch raakte ik niet gewend aan het zetten van de spuiten. Vooral de eerste van de dag was lastig. Je gedachten moeten op nul: het is nodig, dus je doet het maar even. Om de handeling wat dragelijker te maken, gebruikte ik veel humor tijdens het zetten van de injecties. Toen mijn vriend een spuit bij mij zette, riep ik bijvoorbeeld heel hard ‘auw!’ Hij schrok zich kapot waardoor het ineens heel grappig werd. Ook heeft mijn dochter een aantal prikken gezet. Vooral omdat zij erg geïnteresseerd is in dat soort dingen.”

Vijf weken
“In de eerste weken van mijn IVF-traject was op de echo’s te zien dat er enorm veel eicellen groeide. Normaal gesproken zitten er ongeveer vijf eitjes in de eileider, maar bij mij waren het er een stuk of 25. De artsen waren bang voor overstimulatie, dat is gevaarlijk omdat dit een verhoogde kans op trombose geeft. Om dat te voorkomen heb ik een lagere dosering gekregen, waardoor ik in totaal vijf weken lang injecties moest zetten. Toen kwam het moment van de punctie. Dat schijnt pijnlijk te zijn, maar zo heb ik dat niet ervaren. Er werden drie eicellen gevonden, waarvan er twee werden bevrucht. Uiteindelijk hebben Jolanda en Arjen één terugplaatsing kunnen doen met mijn eicel. Ondanks dat ik echt hoopte dat het zou lukken, werd ik een paar weken later gebeld door Jolanda: er was helaas geen zwangerschap uit voortgekomen. Jammer, maar ik had mijn best gedaan. Ik was ervan overtuigd dat Jolanda en Arjen daar ontzettend blij en dankbaar voor waren.”
Heen en weer
“Het IVF-traject heb ik echt onderschat. Vooral als – toen nog – alleenstaande moeder van drie kinderen met een fulltime baan. Tijdens de laatste week van het traject moest ik iedere dag naar het ziekenhuis kachelen. Daar werkten ze niet echt mee met mijn levensstijl. Zo werd ik de volgende dag om acht uur ‘s ochtends verwacht, terwijl mijn kinderen om half negen op school moesten zijn. Dat viel mij heel erg tegen: ik stond daar niet eens voor mijzelf. Toch ben ik blij dat ik dit voor ze heb kunnen doen. Al is het maar zodat zij de bevestiging kregen dat er nog mensen bestonden die bereid waren hen te helpen.”
“De medewerking van het ziekenhuis viel me tegen: ik stond daar niet eens voor mezelf.”
“Jolanda heeft mij tijdens het traject meerdere malen op het hart gedrukt om eerlijk te zijn over mijn wensen en verwachtingen. Je kunt het beste duidelijk tegen elkaar zijn, dan weet je meteen wat je aan elkaar hebt. Daarom heb ik gelijk nee gezegd toen ze vroeg of ik openstond voor nog een tweede IVF-ronde. Het logistieke plaatje matchte gewoon niet met mijn drukke leven.”
Een nuchtere blik
“Ik sta ontzettend nuchter in het leven. Dat is wie ik ben: je moet dingen niet kapot denken. Die mindset is perfect voor zo’n traject. Mijn vriendinnen dachten bijvoorbeeld heel anders over eiceldonatie dan ik. Zij waren van mening dat zo’n traject niet bij hen zou passen. Voor hun gevoel gaven ze dan hun eigen kind weg. Zo zie ik het totaal niet: mijn neefjes en nichtjes hebben ook een deel van mijn DNA. Ik ben gek op ze, maar het zijn niet mijn kinderen.”
Bewustheid
“Ik ben altijd open geweest over mijn eiceldonatie traject. Het was dan ook vaak onderwerp van gesprek, waarbij ik vooral de vragen moest beantwoorden. De meeste mensen snapten het gewoon niet. Het creëren van bewustwording moet naar mijn mening dan ook veel beter. Heel veel vrouwen weten gewoon niet dat eiceldonatie zo hard nodig is. Toch snap ik echt waarom er zo’n groot tekort is in Nederland. Als mannen hun sperma doneren, is het even naar het ziekenhuis om een potje in te leveren. Daarna is het weer klaar. Ik heb vijf weken lang hormonen moeten spuiten, waar ik na afloop een volle week last van heb gehad. De gevoeligheid per vrouw verschilt enorm, dus ik begrijp dat niet iedereen daarop durft te gokken. Het is een heel traject – waar het ziekenhuis zich qua flexibiliteit echt in zal moeten verbeteren. Uiteindelijk ga je toch meerdere dagen per week naar het ziekenhuis voor de kinderwens van iemand anders.”



Opmerkingen