Nederland kent een schrijnend tekort aan eiceldonoren. Dit is wat er aan de hand is
- isabelribbink
- 16 mei 2023
- 5 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 23 jun 2023
De cijfers van Nederlandse eicelbanken liegen er niet om: er is een schrijnend tekort aan eiceldonoren. En dat terwijl deze hard nodig zijn, want vruchtbaarheidsproblemen komen veel vaker voor dan je denkt. In ons kleine kikkerlandje is een zwangerschap voor 1 op de 6 koppels niet vanzelfsprekend.

Als ieder vrouwelijk lichaam zou werken op de manier die de biologieboeken ons hebben geleerd, zou je denken eiceldonoren niet nodig zijn. Helaas is dat niet hoe de realiteit werkt, want bij 30 procent van Nederlandse hetero-koppels, heeft de vrouw verminderde vruchtbaarheid. Vrouwen die kampen met vruchtbaarheidsproblemen, maar wel een goed werkende baarmoeder hebben, kunnen kiezen voor eiceldonatie. Zo kan hun kinderwens toch vervuld worden.
Het probleem
Vrouwen produceren van nature ƩƩn eicel per maand vanaf hun eerste menstruatie. Tijdens de late tienerjaren tot ongeveer het dertigste levensjaar is de vruchtbaarheid van de vrouw het hoogst. Wanneer de vrouw de dertig heeft gepasseerd, begint de kans om zwanger te worden af te nemen. Ook stijgt de kans op het krijgen van een miskraam. Als een vrouw besluit eicellen te doneren, is dat ene eitje van de eisprong niet voldoende. De kans is te groot dat deze het niet haalt als embryo. Artsen mikken daarom op een hogere opbrengst: zoān acht tot tien rijpe eicellen. Om dat aantal te bereiken, gaat de donatrice een IVF-traject in. Zij moet dan hormonen in haar lichaam spuiten die haar eigen cyclus platleggen. Het probleem zit hem niet alleen in de zware behandeling, maar ook in de bekendheid; weinig mensen zijn op de hoogte van het bestaan van eiceldonatie en de precieze behandeling daarvan.
Cijfers
Zo doneerden in 2022 slechts twaalf vrouwen hun eicellen aan een Nederlandse eicelbank. Een stijging, want het jaar daarvoor hadden Nederlandse eicelbanken maar beschikking over vier eiceldonoren. Dat onderzocht RTL Nieuws. Bij eicelbank Nij Geertgen waren er vorig jaar drie donatrices, het Medisch Centrum Kinderwens in Leiderdorp had vijf donatrices en het Amsterdam UMC wierf vier vrouwen. Het UMC Utrecht had geen gegevens paraat.

Vanwaar het tekort?
āEiceldonatie vereist nogal wat,ā vertelt Maaike Traas-Hofmans, gynaecoloog in het Gelre Ziekenhuis in Apeldoorn. Er wordt veel verwacht van een eiceldonatrice. Zo moet zij zichzelf niet alleen injecteren met hormonen, maar moet ze ook regelmatig voor controle naar het ziekenhuis. Traas-Hofmans: āEr wordt gewoon van je verwacht dat je om een bepaalde tijd, op een bepaalde dag in het ziekenhuis bent. Soms wel twee keer per week. Dat is best uitdagend. Vooral als je een werkende vrouw en/of moeder bent.ā
Niet alleen het logistieke plaatje is een oorzaak van het tekort, vertelt de gynaecoloog: āDe donor moet pijn en moeite ondergaan. De wensmoeder hoeft eigenlijk veel minder te doen.ā Na het spuiten van de hormonen krijgt de donatrice een punctie. Dan worden de eicellen die zij gedurende twee weken verzameld heeft, met een naald via de vagina uit de eierstokken geprikt. Zoān punctie kan best vervelend zijn. Daarom wordt er in de meeste klinieken een infuus met morfine toegediend. Traas-Hofmans: āDe dag van de punctie kun je niet werken. De dagen daarna kun je ook nog buikpijn hebben.ā
Als er vanuit deze eicellen een succesvol embryo ontstaat, wordt het in de baarmoeder van de wensmoeder teruggeplaatst. In tegenstelling tot de pijnlijke punctie van de donatrice, ākriebeltā zoān terugplaatsing een beetje. āHet doet geen pijnā vertelt Traas-Hofmans. āDaarom is het ook zo bezwaarlijk om aan iemand te vragen of diegene jouw donor wil zijn.ā
Regelen, regelen, regelen...
Maar met een donor alleen ben je er nog niet. Een eiceldonatie gaat hand in hand met stapels papierwerk. Voldoe je niet aan ƩƩn van de regels? Dan krijg je geen groen licht van de arts. Zo mag een eiceltraject in Nederland geen commerciƫle doeleinden hebben: een donor mag haar eitjes dus niet afstaan voor het geld. Ze mag daarentegen wel haar onkosten vergoed krijgen door de wensouders. De donatrice moet daarnaast bij voorkeur een voltooid gezin hebben. Daarmee is haar eigen vruchtbaarheid (en mogelijke kinderwens) veiliggesteld. Dat is belangrijk omdat er een kleine kans is dat de eicelbehandeling schadelijk kan zijn.
Anoniem donorschap is in Nederland verboden. Dat betekent dat alle donorkinderen in Nederland vanaf hun 16e levensjaar recht hebben op het opvragen van de identiteit van hun donor.

Over de grens
Niet in alle landen zijn de wetten rondom donorschap hetzelfde als in Nederland. In Spanje wordt er wel gewerkt met anoniem donorschap. Dat resulteert in meer dan 200 IVF-klinieken in dat land. Ook daar krijg je niet betaald voor het doneren van je eicellen. Wel krijg je een onkostenvergoeding van rond de duizend euro.
Het is een keuze met een prijskaartje. Toch is het land een populaire bestemming voor onder andere Nederlanders met vruchtbaarheidsproblemen. Dat is niet zonder reden vertelt Marjolein Grƶmminger, zij is werkzaam bij Freya ā een vereniging die zich inzet voor mensen die worstelen met problemen rondom hun vruchtbaarheid. āHet is niet altijd een bewuste keuze om naar het buitenland te gaan. In Nederland zijn er te weinig eicellen, dus als het hier niet lukt worden mensen door de situatie gedreven. Het alternatief is dan namelijk kinderloosheid.ā
(Commerciƫle) zorgen
Dat de zorg in Spanje commercieel is, betekent overigens niet per se dat deze slecht is. Wel moet er rekening gehouden worden met een aantal zaken volgens experts. Het is bijvoorbeeld niet illegaal om als Nederlander over de grens te gaan voor een fertiliteitstraject. Maar omdat anonieme donatie hier wel verboden is, werken Nederlandse gynaecologen niet mee aan die behandelingen over de grens. Traas-Hofmans: āDat is lastig, want dat betekent ook dat wij niet even een echo mogen maken voor vrouwen die in het buitenland onder donatiebehandeling zijn.ā
Toch zijn Nederlandse gynaecologen niet volledig stil over buitenlandse klinieken. Traas-Hofmans kijkt bijvoorbeeld zo kritisch mogelijk naar deze instellingen om haar patiĆ«nten goed te kunnen inlichten: āAls ik informatie geef over het buitenland, let ik er wel op in hoeverre de kliniek omgaat met de donoren. Hoe komt de donor bij de kliniek? Gaat het niet gemoeid met veel geld?ā In een stuk van Follow the Money over fertiliteitszorg in het buitenland, komt Hoogleraar bio-ethiek Mertes, aan het woord. Zij deelt deze gedachte: āWij maken ons wel zorgen om de praktijken in sommige landen. We zijn bang dat voor de eiceldonatie kwetsbare vrouwen worden gebruikt, die het geld hard nodig hebben. De onkostenvergoeding van rond de duizend euro is wel degelijk een bedrag dat iemand over de streep kan trekken om mee te doen.ā
Ook op slagingspercentages moeten koppels zich niet blindstaren. Die zijn vaak hoger dan die in Nederland, wat verleidelijk kan zijn tijdens het maken van een keuze. Grƶmminger: āAls je de cijfers van Nederland naast die van Spanje zou leggen, zou je jezelf kunnen afvragen waarom mensen nog in Nederland blijven. De realiteit is anders; het is vergelijken van slagingspercentages is vaak appels met peren vergelijken. Als je bijvoorbeeld rekent vanaf de terugplaatsing van een goed embryo heb je een veel hoger slagingspercentage dan als je rekent vanaf het moment van de eerste IVF-spuit.ā



Opmerkingen